Paul van
Ostaijen
Wiegeliedje
voor de geliefde
Dat trage
zich toevouwen je oogleden,
te dragen het loom fluweel van onze nacht.
te dragen het loom fluweel van onze nacht.
Onze dag is
geweest als bange blanke vazen, die waren blij
de bloemen van ons liefdespel te scharen rei aan rei.
de bloemen van ons liefdespel te scharen rei aan rei.
Nu zal je slapen,
mijn teergeliefde kind,
want morgen moet je de ogen openen: 'n zeer fris blad dat beeft in morgenwind.
want morgen moet je de ogen openen: 'n zeer fris blad dat beeft in morgenwind.
Nu zal je
slapen, mijn zachte kind, in de kuil van je haren;
straks is het dag, dan moeten wij weer tuilen lezen gaan
straks is het dag, dan moeten wij weer tuilen lezen gaan
Morgen zal
er uit het Oosten 'n koning komen, met nieuwe bruidskleren voor ons beiden;
hem zullen wij, arm in arm, als kinderen in het woud, verbeiden.
hem zullen wij, arm in arm, als kinderen in het woud, verbeiden.
Knijp nu je
ogen dicht, mijn luie luipaard
en strek je heupen naar je lust. Ach du... du.
en strek je heupen naar je lust. Ach du... du.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten